Parket en vloerverwarming - Vinke Parket b.v.

Vinke Parket b.v.
Ga naar de inhoud

Parket en vloerverwarming

Informatief > Vloerverwarming


In het verleden werd vaak gezegd dat het niet mogelijk was een houten vloer te leggen over een vloerverwarmingssysteem. Dit is echter een fabeltje, het is wel degelijk mogelijk om zowel een zwevende als gelijmde houten vloer te plaatsen over een vloerverwarmingssysteem, hoewel de warmte doorgifte trager is bij een zwevende constructie. Wel zijn er enkele eisen waar de vloerverwarming en de houten vloer aan moeten voldoen. Een houten vloer houdt de warmte langer vast dan veel andere vloeren, wat als een groot voordeel wordt beschouwd van de houten vloeren. Er zijn echter ook een aantal nadelen, die door zorgvuldige inachtneming grotendeels beperkt kunnen worden.

De meest geschikt legsytemen zijn de tapisvloeren waarbij een toplaag van massief hout verlijmd wordt op een houten onderlaag en de lamelparket vloeren, een voorgefabiceerde vloer met een massief houten toplaag tussen de 3 en de 6 mm.

Algemeen

Bij het plaatsen van een vloerverwarmingssysteem gaat het allereerst om de warmteafgifte aan de ruimte waarin het systeem geplaatst is. De warmteafgifte wordt ten eerste bepaald door de maximaal toelaatbare oppervlaktetemperatuur van de deklaag die zich onder de houten vloer bevindt en de eventueel maximale aanvoertemperatuur van het vloerverwarmingwater. De maximaal toelaatbare oppervlaktetemperatuur van de deklaag is 28°C en de maximale temperatuur van het water bedraagt 45°C. Om eventuele meningsverschillen te voorkomen die te wijten kunnen zijn aan een te hoge temperatuur is er op de dekvloer een chip bevestigt waarop kan worden afgelezen of de temperatuur niet te hoog is geweest.

Een tweede punt dat bepalend is voor de warmteafgifte is de warmtegeleidingweerstand van de houten vloer en als er een tussenlaag geplaatst is ook van de tussenlaag. Voor een houten vloer is de warmtegeleidingweerstand vaak 0.07 m2 K/W. De maximale weerstand die een houten vloer kan hebben bedraagt 0.15 m2 K/W.

Het werken van een houten vloer

Een houten vloer leeft, wat als gevolg heeft dat het hout van de vloer onderhevig is aan vormveranderingen door blootstelling aan wisselende vochtomstandigheden, dit wordt ook wel het werken van een vloer genoemd. Bij een lage relatieve luchtvochtigheid (RLV) krimpt de vloer en bij een hogere RLV zet de vloer iets uit. Wanneer een vloer constant wordt blootgesteld aan een warmtebron, zoals het geval is bij een vloerverwarmingsysteem, dan zal de vloer iets krimpen waardoor er kieren of naden ontstaan. Dit is niet te voorkomen bij de plaatsing van een houten vloer over een vloerverwarmingsysteem. Wel zijn er verschillende mogelijkheden om dit werken van de vloer zo onopvallend mogelijk te laten verlopen. De ideale relatieve luchtvochtigheid ligt tussen de vijftig en de zestig procent. Dit kan gemeten worden met een hygrometer. Als de luchtvochtigheid te laag is, kunt u gebruik maken van een luchtbevochtiger om kiervorming zo goed mogelijk te voorkomen. Daarnaast is het heel belangrijk de temperatuur van de vloerverwarming gedurende het stookseizoen constant te houden. Door temperatuurschommelingen zal het werken van de vloer namelijk worden verergerd. Verder valt het ontstaan van naden minder op wanneer er gekozen wordt voor een vloer met vellingkanten waarvan de breedte van de planken zo klein mogelijk is. Een houten vloer werkt namelijk in de breedte en door de schaduw die de vellingkanten veroorzaakt vallen kieren tussen de planken minder op. Door de planken zo smal mogelijk te houden, met een maximum van 14 centimeter bij een tapis gelegde vloer en 22 cm. breed bij een lamelparket, wordt de krimp van het hout verdeeld over meerdere plaatsen. Elke houtsoort heeft een eigen krimppercentage, wanneer dit percentage verdeeld wordt over meerdere planken ontstaan er kleinere kieren tussen de planken, die daardoor minder zichtbaar zijn.

Eisen vloerverwarmingssysteem

Het is van belang dat wordt aangegeven dat er een houten vloer over het vloerverwarmingssysteem gelegd wordt, vóór de plaatsing van het systeem. De warmtegeleidingweerstand die een houten vloer kan hebben verschilt namelijk van die van een steenachtige vloer. Daarnaast zijn er verschillende patronen waarin een vloerverwarmingssysteem gelegd kan worden. Als u over een bestaand vloerverwarmingssysteem een houten vloer wilt plaatsen is het om deze redenen van belang precies te weten om wat voor systeem het gaat. Wanneer u niet precies weet wat het legpatroon is, welk materiaal er gebruikt is voor de buizen en wat de weerstand is, dan is het niet aan te raden een houten vloer te plaatsen boven het systeem, om teleurstellingen en schade aan de vloer te voorkomen.

Eisen houten vloer

Het is belangrijk dat er geen vochtgevoelige houtsoort gebruikt wordt boven een vloerverwarmingssysteem. Een houtsoort zoals eiken is erg stabiel en zal minder krimpen als gevolg van de vloerverwarming. De maximale breedte van de  planken bedraagt  14 centimeter bij een tapis gelegde vloer en 22 cm. breed bij een lamelparket. Het mooiste effect bereikt u met een vloer met vellingkanten. Daarnaast is de dikte van de vloer van belang. Een vloer van tien millimeter heeft minder tijd nodig om op te warmen dan een vloer van twintig millimeter. Kortom hoe dunner de vloer, hoe meer warmtestraling er doorheen komt. Ten slotte is bij het leggen van een houten vloer de lijm die gebruikt wordt essentieel voor het beoogde resultaat. In verband met het werken van de vloer dient er een lijmsoort gebruikt te worden die elastisch blijft.

Tijdens en na de plaatsing van het systeem

Bij het plaatsen van de vloer dienen zowel de dekvloer als het hout een vochtpercentage van maximaal 9 procent te bevatten. De dekvloer moet vlak zijn en vrij van scheuren of barsten. Wanneer het vloerverwarmingssysteem en de vloer er eenmaal inzitten kan het opwarmen van de vloerverwarming na achtentwintig dagen beginnen. Bij een anhydriet dekvloer kan dit na minstens veertien dagen. Wanneer u de vloerverwarming geleidelijk opstookt dan zal de tijd, voordat de vloer opgewarmd kan worden, korter zijn, mits de RLV in huis normaal of laag is. In het stookseizoen is het belangrijk om de temperatuur van de vloerverwarming met één tot twee graden per dag te laten stijgen totdat de gewenste temperatuur bereikt is. Verder is het niet aan te raden de vloer tijdens het stookseizoen te bewerken met onderhoudsmiddel, omdat u dan het risico loopt dat het onderhoudsmiddel niet egaal opdroogt waardoor vlekken op de vloer kunnen ontstaan. Vlak voor of na het stookseizoen kunt u de vloer wel met onderhoudsmiddel onderhouden. Ten slotte wordt het afgeraden vloerkleden of meubelen met een dichte onderkant op de vloer te zetten, omdat de vloer hierdoor op deze plaatsen meer op zal warmen dan op andere plaatsen.

Controle van de waardes
Het is natuurlijk gemakkelijk om aan te geven dat de temperatuur in de vloer niet hoger mag zijn dan 28 graden en dat de vochtigheid in de gaten moet worden gehouden, maar dit is zonder hulpmiddelen niet te controleren. Daar komt bij dat bij overschijden van de minimale en maximale waardes blijvende schade op kan treden aan de vloer. Hiervoor voorzien wij de houten vloeren die wij op vloerverwarming en koeling plaatsen altijd kosteloos van een Fidbox V6 Dit kleine kastje dat wordt verwerkt in de vloer registreert zo'n 7 jaar de temepartuur en vochtigheid. Dit is door u als consument uit te lezen via een gratis app op uw smartphone.

Terug naar de inhoud